Liefdadigheid
De waarde van een mens wordt niet bepaald door zijn rijkdom, niet door zijn titel of opleiding en kennis, wordt niet bepaald door zijn status. De waarde van een mens wordt bepaald door de betekenis die hij heeft voor zijn medemens. Je kan onmetelijk rijk zijn, maar wanneer dat rijkdom slechts voor jouw is gereserveerd en wordt alleen voor eigen behoeften en geneugten gebruikt dan is dat rijkdom eigenlijk armoede. Een rijkdom dat zelfzuchtig wordt gebruikt heeft geen waarde. Rijkdom, kennis, kracht is om de mensheid te dienen. Het staat ten dienste van de samenleving, van de medemens. Het betekent niet dat je al je geld lukraak moet uitdelen aan deze en gene. Dat je al je bezittingen verdeeld onder de mensen
Dat is absurd. Je gebruikt je rijkdom, je kennis en macht om voorzieningen te treffen die ten goede komen van de gehele samenleving zonder jezelf daarbij tekort te doen. Je besteedt je rijkdom dus ten nutte van anderen, van de gemeenschap. Zonder dat jezelf naar armoede, naar de afgrond wordt gedreven. Liefdadigheid, om dat woord maar te gebruiken, impliceert echt niet dat de ander achterover leunt omdat hij arm is, minder ontwikkeld is en dat jij ze voorziet in hun behoeften. De eerste verantwoordelijke ben jezelf, maar wanneer jouw vermogen ontoereikend blijkt te zijn dan schiet liefdadigheid je te hulp. En niet andersom. Dat liefdadigheid op de eerste plaats komt.
Vader had één en ander te letterlijk opgevat. Liefdadigheid was voor hem als het ware een must, een vanzelfsprekendheid. Dat deed hij zonder reserves.
Vroeger kochten onze ouders meel om roti te maken niet in Kg maar per zak. Zon’n zak waarin de meel werd geleverd was gemaakt van katoen. Moeder gebruikte dat om onderbroeken te stikken die vader dan droeg. Maar wanneer één of andere behoeftige mens op de bedeltoer was dan kocht vader onderbroekjes in de winkel voor hem. Ik kon dat absoluut niet plaatsen. Dat begreep ik volstrekt niet. Of ik zijn houding alsnog begrijp, weet ik niet zeker. Hij had dan over verantwoordelijkheid en dat je de medemens gelijkwaardig moest behandelen ongeacht zijn afkomst, maatschappelijke status etc. Je geeft geen oude, afgedankte spullen aan de ander en je houdt de betere dingen voor jezelf. Dat is de ander vernederen
Wat ook je de ander geeft het moet van een kwaliteit zijn die jij voor jezelf zou kopen. Maar hij overdreef hierin zelfs, zelf gebruikte hij zelf gemaakt kleding en voor de ander kocht hij dan weer uit een winkel, dus fabrieksproducten
Vrij regelmatig nam hij deze of gene mee naar huis omdat hij behoeftig zou zijn. Waar hij die tegen kwam, waar en hoe hij ze vond weet ik niet maar hij vond ze toch keer op keer. Soms, herinner ik mij waren er werkelijk droevige gevallen bij, zoals iemand met slechts één been of zonder handen. Maar vaak had ik de indruk dat het volkomen gezonde mensen waren. Wel degelijk in staat om in hun levensbehoeften te kunnen voorzien.
Maar zo was hij, hij stelde nooit vragen. Accepteerde hetgeen de mensen hem voorhielden.
Geloofde hen op hun woord. Het kwam in hem gelooflijk nooit op dat de mensen mogelijk misbruik maakten van zijn goedheid en goedgelovigheid.
De mensen bleven vaak dagen bij ons logeren en in die tijd dat ze bij ons waren werd voor van alles gezorgd en geregeld, geld verzamelen, kleren en andere benodigdheden bijelkaar sprokkelen. Bij hun vertrek hadden ze behoorlijk wat vracht om mee te nemen.
Een ander vorm van goedgevigheid en liefdadigheid was zijn afkeer om mensen geleend geld terug te vragen. Ik herinner mij dat hij ooit aan een buurman geld gaf om de ticket voor de boot naar Guyana te kopen. Welnu noch de ticket noch het geld voor de ticket hebben wij ooit teruggezien. Maar hij vroeg nooit zijn geld terug.
Een ander keer gaf hij een ander buurtgenoot om één en ander voor hem te kopen in Paramaribo omdat de streekgenoot toch naar toe ging. Wel ook toen was hetzelfde liedje Goederen noch geld hebben wij ooit terug gezien, maar vragen om zijn geld of goederen, ho maar. Dat was er niet bij, dat hoorde je niet te doen. Zo had hij om allerlei redenen bij vele buurtgenoten geld uitstaan. De één had geld gehad om iets te kopen, aan de ander had hij simpelweg geld geleend etc.
In Suriname betekent geld lenen, in principe geld geven. Waarom zou je dan het geleend geld teruggeven
Vragen om zijn geld deed hij nooit. Want het kon zijn dat de mensen het geld beter konden gebruiken dan hijzelf. Ik kan mij herinneren dat ik een lijst had gemaakt met namen van mensen die ons geld schuldig waren. Op een middag stapte ik op mijn fiets om te trachten hier en daar bij de mensen wat van het geld terug te trochelen. Welnu tot vandaag herinner ik mij de pakslaag die had gekregen. Hoe haalde ik het in mijn hoofd om bij de mensen geld te gaan vragen.
En ik dacht toen iets goeds te doen. De mensen hadden hun beklag gedaan, vandaar. De een zei dat hij niet kon betalen, de ander ontkende ooit geld gehad te hebben enz.
Ons huis was als het ware een uitleenwinkel. De hele buurt kwam bij ons allerhande spullen lenen. Dat was niet eens zo erg, maar in de meeste gevallen zagen we de spullen nooit meer terug. Als we erom gingen vragen bij de mensen dan kon men in de meeste gevallen niet meer herinneren dat ze ooit iets van ons hadden geleend.
Dat was dan einde verhaal en weg dus je spullen. Het kon van alles zijn, een schop, een hamer, een zaag, je noemt het maar op.
Ons huis was alshetware een bijenkorf. Het was van komen en gaan. De een kwam voor dit de ander voor iets anders. Het was altijd enige vorm van drukte. We hebben in ieder geval niet geleden onder zijn vrijgevigheid.
Hij las veel, de heilige Quran en andere Islamitische boeken. De islam zegt: “Geen Uwer kan tot de gelovigen gerekend worden zolang u uw medemens niet hetzelfde levensgeluk toewenst als aan Uzelf”. Dat had vader al te letterlijk opgevat. Sterker nog hij gaf de ander iets beters dan aan zichzelf. Maar misschien is dat ook de bedoeling immers Islam is een levenshouding, maar wel de Goddelijke levenswijze
Heeft zijn gedrag, doen en laten ons, de kinderen benadeeld; zijn wij iets tekortgekomen
Integendeel het heeft ons leven verrijkt met iets nobels.