De waarde van de mens wordt niet bepaald of wordt uitgedrukt in rijkdom, status, intelligentie en dergelijke, edoch met de betekenis die hij heeft voor zijn medemens, voor de gemeenschap waarvan hij deel uitmaakt.
De mens is een sociaal schepsel met andere woorden, de mens leeft graag in groepsverband, in een sociaalverband.

Vader was beslist zo één mens. Hij wist goed te dienen, dienen van zijn medemens. Hij stond als het niet altijd was dan toch nagenoeg altijd klaar voor de ander.
Liefdadigheid is één aspect van het sociaal-maatschappelijk verkeer. Je dienstbaar, beschikbaar stellen is een ander aspect. Alhoewel beide dicht bijelkaar liggen is er toch wel enige nuance tussen de twee.

Vader zat altijd midden in de gemeenschap. Had oog voor de noden en behoeften van de ander. En stond altijd klaar met raad en daad.
Anderen helpen, je medemens behulpzaam zijn waar nodig en noodzakelijk was.
Gemeenschapszin bevorderen door onder andere zelf het goede voorbeeld te geven, door betrokken te zijn bij het gemeenschapsleven en anderen stimuleren om te participeren.

Hij was geliefd bij een ieder zowel bij man als vrouw, jong en oud, ongeacht religie of ras. Dat komt mede doordat hij een ieder respecteerde en een ieder in zijn waarde liet. Het was bovendien erg moeilijk om ruzie met hem te krijgen, om hem boos te krijgen. Maar als hij boos was dan was hij ook goed boos.
Dit hield niet in dat hij kritiekloos was en alles goed vond. Of dat hij zoals tegenwoordig het gebruikelijk is een zogenaamd “gedoog en sorry cultuur” principe had. Integendeel, als iets in zijn ogen niet deugde of verkeerd was dan zei hij dat ook, maar dan op een manier, op een wijze dat hij toch niemand krenkte en de persoon in zijn waarde liet. Dat de persoon min of meer zijn waardigheid behield maar de boodschap duidelijk overkreeg.
Ik heb nog van niemand iets kwaads over hem gehoord. Nu zullen weinig mensen iets kwaads over je vader tegen je zeggen, maar indien men geen goeds te vertellen heeft dan zwijgt men in principe

Hij stond ook altijd klaar voor de noden van zijn medemens, niet alleen voor de mens in zijn omgeving maar ook voor de verre medemens. Soms met nare gevolgen vandien, met andere woorden er werd al te vaak zijn goedheid misbruikt. En toch was dat voor hem nimmer aanleiding geweest om zijn houding, om zijn principes te wijzigen, te veranderen. Zijn principe en antwoord was steevast, als de ander op die manier zijn verantwoordelijkheid opvat, als de ander niet beter kan dan dat, als dat zijn oordeel en zienswijze is en op die manier met zijn medemens omgaat en op een dergelijke manier invulling aan zijn leven geeft, dat is dan aan hem. Ik heb een ander opvatting en verantwoordelijkheidsgevoel en invulling. Dat was zijn principe. Hij vergeleek zichzelf nimmer met de ander ter bepaling van zijn houding en wat hij behoorde te doen. Hij deed wat hij nodig en noodzakelijk vond en van algemeen belang achtte en liet dat niet afhangen van het gedrag van de ander

Hij had een paar zeer hoogwaardige kwaliteiten. Zover ik weet en mij kan herinneren uit mijn kinderjaren en ook als volwassenen was hij een recht toe recht aan persoon. Hij loog nooit, althans ik kan mij niet herinneren, niet als kind noch als volwassene. Hij huichelde ook niet maar zei waarop het stond en handelde rechtvaardig. Trok nooit partij voor iemand, ook niet voor zijn eigen kinderen. Als je iets verkeerds gedaan of uitgespoken had en/of er kwamen klachten dan werd simpelweg gestraft en verschool hij niet achter dooddoeners als: ik geloof de ander niet enz. Soms ging het toch te ver. Ik weet nog als de dag van gisteren dat ik pakslaag kreeg omdat iemand iets over mij aan vader had verteld en zonder mij te vragen of het waar was werd ik flink onder handen genomen.

Als voorzitter van Waterschapsbeheer maakte hij absoluut geen onderscheid tussen wie dan ook; familie, vriend of niet je werd beboet indien nodig 

Hij was ook iemand die het woord “Nee” niet kende, hij kon nooit “Nee” zeggen.
Door zijn goede kwaliteiten en deugden zoals eerlijkheid, rechtvaardigheid was hij of beter gezegd werd hij gezien en gewaardeerd als een gemeenschapsoverste. Mensen, zowel buurtgenoten als de verre medeburgers wisten hem te vinden om uitéénlopen problemen, zorgen,redenen. Problemen met hun kinderen; omdat zij op school niet goed deden of omdat zij ongehoorzaam waren. Of omdat zij drank problemen hadden of vrienden van bedenkelijke reputatie. Of omdat de dochter aan trouwen toe was.
Mensen kwamen naar hem toe vanwege huwelijks problemen. Of omdat de vrouw het huis had verlaten.
Of omdat iemand overhoop lag met de buurt of problemen hadden met de overheid.
Mensen met financiele problemen, omdat de hypotheek of lening bij de bank niet meer konden aflossen
Kortom om van alles kwam men bij hem